(Een verkorte versie)


🍹
In 1989 kwam ik na drie jaar op Curaçao
te hebben gewoond terug in Nederland.
Ik was toen zeventien.
De cultuurshock was enorm groot
en het hele eerste schooljaar had ik heimwee
naar het relaxte leventje en de ontspannen sfeer op Curaçao.
Hieronder mijn relaas over mijn vakantie op het eiland
na een jaar weg te zijn geweest.
🍍
Heel jammer, blijven zitten… Nou ja, ik had niet veel tijd om daarover na te denken
want eerst was er de zomervakantie en ik ging zes weken naar Curaçao, alleen!
Kadootje van m’n ouders omdat ik zoveel heimwee had.
Ik logeerde bij een vriendin en heb die vakantie in The Pub gewerkt.
Daar mocht ik toen we er woonden van m’n ouders nooit heen,
dus dat was dubbel feest.
Wat bijverdienen in een leuke setting was sowieso geen probleem
en alles werd er handje contantje afgedaan.
Ik heb daar zelfs nog een modeshow gelopen, ook goed betaald.
Alles wat ik verdiende gaf ik meteen weer uit.
Aan winkelen in Punda,
aan drankjes en broodjes op het strand
en ’s nachts na het werk ging ik met collega’s
vaak nog ergens wat eten bij een truck.
In de tijd dat ik er woonde had ik nog nooit drugs aangeraakt,
maar inmiddels blowde ik en ik kwam daar die vakantie
ook weleens mee in aanraking.
Zo rookte ik keer een jointje met iemand, daar ‘pitu’ geheten.
Die was zo dun als de neten. Het laatste stukje
werd zelfs met een pincet vastgepakt, hoe verzonnen ze het!
Maar dat bleek pure wiet te zijn,
waar ik na een paar trekjes kotsmisselijk van werd.
Daarna heb ik het blowen op Curaçao maar gelaten voor wat het was.
🐠
Mijn ex Diederik was ook weer op het eiland.
Dat was wel even slikken, om hem weer te zien.
Ik kwam hem tegen in The Pub,
waar hij weer eens naarstig probeerde op te vallen.
(Sommige dingen veranderen nooit)
In dit geval stelde hij zich aan mensen voor
alsof hij James Bond was, zo van:
‘De Groot, Diederik de Groot.’
Bij iedereen hetzelfde flauwe grapje,
waar hij zelf uitermate mee in zijn sas leek te zijn.
Zijn ouders woonden aan het Spaanse water,
dé plek bij uitstek voor de meer welgestelde eilandbewoners.
Ze hadden een luxe villa met een steiger,
zoals daar heel gewoon was in die kringen.
Zijn moeder was een echte kakker en liep daar graag mee te koop.
Het jaar ervoor nog was ik even alleen met haar, daar thuis.
Ze stond bij het raam naar buiten te kijken toen ze zei:
‘Wat ligt de kat er mooi bij hè?’
Enthousiast liep ik erheen om te kijken, want ik was gek op katten.
‘O, hebben jullie een kat?’ zei ik dan ook.
Maar ik keek en keek, maar ik zag geen kat.
‘Ik zie geen kat, waar ligt hij dan?’
‘Daar, daar’, had ze ongeduldig gezegd, terwijl ze richting de steiger
en de waterkant wees, niet begrijpend dat ik het niet zag.
O, wacht, ze bedoelde de catamaran, dié kat.
Daar had ze graag even achteloos protserig op willen wijzen.
Omdat dit niet helemaal was gegaan zoals beoogd,
kwam er een honend lachje mijn richting uit.
Ach ja, wat was ik toch ook een onbenullig schaap.
Diederik’s hang naar aandacht kwam dus niet van een vreemde,
maar hij was nog jong en er was nog hoop.
Hij had zijn nieuwe vriendin meegenomen naar Curaçao.
Die stond in The Pub vanuit het niets plotseling voor m’n neus
om even te zeggen dat hij van háár was.
‘Je mag hem hebben’, was mijn antwoord.
En dat meende ik vanuit de grond van m’n hart.
Het had er overigens alle schijn van dat hij voornamelijk
voor haar imposante voorgevel was gevallen,
hetgeen het voor mij nog meer duidelijk maakte
wat een lul hij eigenlijk was.
🥥
Ik merkte die zomer dat ik intussen behoorlijk was veranderd.
Ik vond de boel op Curaçao ineens zo oppervlakkig.
Gespreksonderwerpen bleven altijd hetzelfde,
over simpele dingen, alsof de tijd daar stil stond
en er geen persoonlijke ontwikkeling was.
Dat gebrek aan diepgang…
Was ik pas ook nog zo geweest, of misschien nog steeds wel?
Goh, dat ik dat niet eerder had gezien.
Het had ook een zekere schoonheid, één van kinderlijkheid.
Iets dat in Nederland niet vol te houden was.
Niet als je, zoals ik, zonder pardon in het diepe was gegooid.
Een opvallend feit was ook, dat het eiland twee gezichten had.
Aan de ene kant was er de onbezorgde sfeer
van een tropisch vakantie-eiland en aan de andere kant
heerste er een opdringerige hitsigheid.
Dat deel van de cultuur was voor de Antillianen doodnormaal.
In de jaren op het eiland heb ik het daar uiteraard
mee te stellen gehad en geloof me,
daar zitten niet de fraaiste verhalen bij.
Ik kon dan ook geen ‘pssst’ of ‘skaatje’ meer horen,
hoe vleiend het ook bedoeld mocht zijn.
(Over die enigszins duistere kant van Curaçao heb ik ook al
het een en ander geschreven, waarover later meer)
Enfin, mijn gevoelens over Curaçao zijn nogal tegenstrijdig.
Ik heb er ook onvergetelijke dingen meegemaakt,
die anders niet op m’n pad zouden zijn gekomen.
Dan heb ik het niet alleen over de vele leuke feestjes
of het modellenwerk dat ik daar heb gedaan,
maar ook over een bijzondere date in ’88 met een BN’er,
waarover ik hier verder niet ga uitweiden.
In grote lijnen was het leven daar een stuk relaxter
dan in de stressvolle Nederlandse samenleving.
Maar ondanks dat was het voor mij na deze vakantie duidelijk:
ik had geen heimwee meer.
⛵️