Een kort verhaal
(2008-2013)

Wat was het een leuke tijd, de vijf jaar dat ik in een speeltuin werkte. Het was vlak voor en tijdens de overgang naar Welzijn Nieuwe Stijl, volgens welke ‘de buurt’ meer diende te gaan participeren in het welzijnswerk. Maar in mijn eerste jaren daar waren het nog de professionals die de speeltuin beheerden en de activiteiten en evenementen van a tot z organiseerden.
Ik ging er werken toen de speeltuin nog maar pas open was en het honk nog verbouwd moest worden. Die hele winter zaten we daarom in een bouwkeet.
Daar was een kantoortje, een kleine recreatieruimte met keukenblok(je) en er waren twee toiletten. Er was weleens iets mis met de voorzieningen, waardoor we regelmatig geen water en/of elektra hadden. Zo kwam het dat de toiletdeuren een keer dichtgedraaid waren en er een briefje op hing dat deze níet gebruikt konden worden. Maar één van de vaste bezoekertjes, toen een jaar of acht, had daar lak aan. Hij woonde maar een paar honderd meter bij de speeltuin vandaan, maar moest nou eenmaal en de nood was blijkbaar hoog geweest. We kwamen er al snel achter dat iemand het slot van de toiletdeur van buitenaf had opengedraaid en ja hoor, daar lag een grote dampende hoop die we niet weg konden spoelen… Het dadertje was al snel bekend en ging vervolgens een beetje gegeneerd maar ook stiekem lachend naar huis om een emmer water te halen, waar zijn vader even later met een serieus gezicht mee aan kwam lopen…

Er was ook een huttenbouwdorp in de speeltuin. Vanaf zeven jaar mochten de kinderen daar zelfstandig bouwen, ze konden hamer en spijkers bij ons ophalen. Regelmatig hielpen de wat oudere kinderen de kleintjes die nog niet alleen mochten bouwen en wij hielden dan een oogje in het zeil. Zo waren er op een dag een jongen van zes met een zusje van een jaar of vier: allebei nog te jong om zelf te bouwen. Maar een tienjarige jongen zou ze wel begeleiden, hij had inmiddels zelf al wat ervaring opgedaan en vond het leuk om te helpen. Zo waren ze al een tijdje bezig met het verbeteren van een bouwwerk dat er al stond. Ze hadden de ruimtes al ingedeeld. Er was een huiskamer en er was een keuken en er was zelfs een toilet. Op een gegeven moment kwam de oudste jongen naar ons toegerend: ‘Ze heeft in de hut gepoept!’ Het kleine meisje was blijkbaar zo opgegaan in de fantasie van het huis, dat ze meteen maar even op de aangewezen plek naar de wc was gegaan…
En als je dacht dat die twee incidenten de ergste dingen waren die er konden gebeuren rondom ‘grote boodschappen’ in de speeltuin… Nou, nee. Op een dag wilde ik het honk afsluiten, hetgeen we meestal deden als het mooi weer was, want dan werd er alleen buiten gespeeld. Er waren nog twee jongens binnen die zich verstopt hadden, wat ik wel doorhad. Maar ze wisten dat ze door de nooduitgang naar buiten konden, dus ik speelde m’n eigen spelletje door gewoon verder te gaan en alles af te sluiten alsof er niks aan de hand was.
Later die middag: we waren aan het opruimen en ineens roept m’n collega me: ‘Moet je nou eens kijken!’ Ze stond bij een minicontainer die binnen in de entree stond, die we die dag niet gebruikt hadden. Met een vies gezicht keek ze in die container, waar een omgevallen bekertje met poep en wat stukken papier in bleken te zitten. Voor mij was dit raadsel snel opgelost, al vonden we het wel een hele absurde streek, dat verzin je toch niet? De vogels waren inmiddels al gevlogen, maar de moeder van één van de twee zat nog in de speeltuin met een groepje andere moeders en die heb ik op dat moment met mijn vermoedens geconfronteerd. Ik wist niet wie van de twee het had gedaan, maar dat zij het waren geweest was wel zo goed als 100% zeker. Achteraf bezien had ik haar beter even onder vier ogen kunnen spreken, want ze werd meteen boos. Ze leek zich te schamen ten aanzien van de andere moeders en zei meteen dat ze me niet geloofde. Kort daarna gingen al die moeders weg, vol ongeloof en mopperend mijn kant uit kijkend; hoe kwam ik er toch bij dat een van hun kinderen zoiets gedaan had. Dat was wel één van de minder leuke momenten in het contact met ouders, dat doorgaans gewoon ontspannen verliep.
Enfin, ik heb het er maar bij laten zitten die dag, want het was hun/haar woord tegen het mijne. Maar… Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel, want een jaar later kwam diezelfde moeder naar me toe om te zeggen dat haar zoon onlangs had opgebiecht dat hij het destijds was geweest. Voor mij geen mysterie, maar goed, het was dan toch opgelost. En waarom hij dat had gedaan? Hij had er zelf geen zinnige verklaring voor. Uiteindelijk konden we er gelukkig wel (soort van) om lachen, maar dit was wel de meest dwaze van de drie verrassingselementen!