
Oud en nieuw ’91/’92
➖
De housebeats dreunden door m’n hoofd terwijl ik probeerde rationeel te blijven, te analyseren… Wat was hier nou aan de hand? Mijn klasgenoten hadden zich allemaal tegen me gekeerd en buiten stond een demonisch persoon. Niets was zoals het hoorde te zijn. Wat kon ik doen? Ik moest iets doen! Maar gedachten konden dit niet stoppen, ik had geen grip op wat er gebeurde en er was geen mogelijkheid eraan te ontsnappen.
➖
En toen zat ik thuis in m’n kamer, waar m’n gedachten maar bleven teruggaan naar het feestje. Die ogen, de angst, m’n vijandige klasgenoten… Nog steeds zat ik in een waas, die bevestigde dat ik de perceptie van de normale realiteit volkomen kwijt was. Ook was er verwarring over of alles wat ik meemaakte echt waar was of niet. Steeds weer hetzelfde ongeloof, dat als een rode draad door de chaos heen liep. En slapen? Dat kon ik wel vergeten.
➖
In de pauzes zocht ik een afgezonderd hoekje om te eten. Rik was de enige die nog aan mijn zijde stond en bij me kwam zitten. Hij probeerde steeds iets uit me te krijgen, over wat er nou aan de hand was, maar ik kon dat zelf niet eens begrijpen, laat staan overbrengen. Een paar dagen heb ik het volgehouden op school en het was ronduit afschuwelijk. Ik was daar echt niet veilig!
➖
De keer dat ik werd aangesproken door iemand op tv was een stuk onbegrijpelijker. Het was een monoloog in een film, waarbij de man in kwestie ineens tegen me begon te praten, tegen mij! Terwijl hij dichter en dichterbij kwam, sloeg zijn houding om en werd hij steeds vijandiger. Verstijfd van angst luisterde ik naar zijn woorden, waar niet aan te ontsnappen was.
➖
Na de ergste psychotische tijd kwam mijn allereerste neerslachtige periode. Dat was een hele andere toestand, waar ik ook geen kaas van had gegeten. Ik zat voornamelijk thuis na te denken. Over het leven, mezelf, mensen, mijn vreemde gedachten. Ik voelde me eenzaam en somber en bleef in de war.
➖
En zo zat ik inmiddels al een paar maanden thuis, tussen hoop en vrees. Hoop dat het me zou lukken de chaos in m’n brein te temperen en vrees dat dit nooit zou lukken en dat ik zou moeten leren leven met deze nieuwe status quo.
➖
Ik werd me er bewust van dat we in een soort illusie leefden en dat ik daar zelf ook onderdeel van was. Al die robots die ik zag op straat, waren dat mijn medemensen? En was er altijd al iets mis geweest met de mensheid, iets wat ik nooit eerder had gezien? Wellicht was ik daar niet toe in staat geweest door mijn naïeve, eenzijdige blik op de wereld.
➖
Hoe het ook zat, al analyserend kwam ik tot de conclusie dat de uitleg vanuit de psychiatrie niet alles verklaarde. Zoals de hele lange nasleep ervan, waar ik nog middenin zat. Een ‘psychotische decompensatie’: ik vond het niet toereikend. Maar meer dan de geijkte diagnostische analyses en conclusies waren er vanuit de psychiatrie niet te verwachten.
➖
Een reeks gebeurtenissen in aanloop naar het feestje had me op dit punt gebracht. Met het feestje als klap op de vuurpijl, de grand finale. Maar van wat precies? Het was een schemergebied tussen werkelijkheid en waanzin. En onderwijl ging de wereld gewoon door. De wereld die kort daarvoor nog zo vertrouwd voor me was geweest.