
Vanuit een leegte
zie ik de wereld aan,
al het oude moest plots
van de baan
Het verleden
laat ik voor wat het is;
zonder geheugen
ook geen gemis
en oude wonden
en pijnen
mogen eindelijk
voorgoed verdwijnen
De toekomst houdt zich
nog even
verscholen,
bijna binnen handbereik
Uit dit niets
zal iets nieuws ontluiken,
wat precies
dat moet nog blijken
Het gluurt al voorzichtig
om een hoekje
en vraagt me vriendelijk:
‘Wat zoek je?’
Of ik er klaar voor ben
is de volgende vraag
‘Jazeker’ zeg ik,
ook al is het nog vaag
Ik omarm voor nu
nog even de rust,
een moment
om te bezinnen
En ook al weet ik niet
wat komen gaat,
ik heb nu al zin
in een nieuw begin