
Een frêle deerne uit Waal
vergrootte haar borsten maximaal
Van een kleine cup B
naar een imposante 90-D
Maar ze liep daarna wel wat horizontaal!
Een dolende ziel in de hemel
koos voor het menselijk gewemel.
Van wat hij daar zag
schoot hij enorm in de lach
want jemig, wat een gezemel!
Een oudere heer uit Midlaren
wilde zijn kruis eens ontharen
Hij deed dat heel vlot,
maar hij schrok zich kapot!
Het aangroeien duurde nog jaren
Een gebruikte lucifer in een doosje
ging eronder gebukt, al een poosje:
weer terug bij de anderen gedaan,
alsof ie nog tijd had te gaan
Tenminste niet alleen; wel een troostje
Een olifant vlakbij een Afrikaanse kas
dacht altijd dat z’n slurf te lang was
Maar dat bleek toch wel handig te zijn
want daarmee kon hij voor de gein
spullen vissen van de bodem van de plas
Een rijkaard besloot nog bij leven
om al zijn bezittingen weg te geven
Men dacht: die is zot,
want hij woont nu in een krot
Maar hij genoot van het overleven
De zoethoutstokjes uit Haren
wisten vele mensen te bedaren
Als men eraan sabbelde
niemand meer die babbelde
Werkelijk niet te verklaren!
Een bodybuildster uit Buren
moest het geregeld bezuren
Een bekende voyeur
gaf aan ‘gespierd’ de voorkeur
en bleef haar alsmaar begluren!
De man die laatst naar de kaasboer ging
wordt nu gezocht voor onzedelijking
Bij het zien van al die gaten
kon hij het echt niet laten
en stak steeds zijn vingers erin!
Onzedelijking (v. zelfstandig naamwoord)
1 Het onkuis of pornografisch maken van dagelijkse verbruiks- of gebruiksgoederen
2 Aanstootgevende, obscene of oneerbare handelingen verrichten met voedingswaren
3 Onbetamelijk of ontuchtig gedrag vertonen met materiële zaken in de openbare ruimte