Bezoekverslagen 2023

Een paar jaar geleden ben ik begonnen met het schrijven van mijn autobiografie over mijn jaren ’90. De eerste zeven hoofdstukken kwamen er in de eerste twee jaar vrij vlot uit, ondanks het feit dat ik in de jaren die ik beschrijf vreemde en moeilijke tijden heb gekend. Maar tot dan toe leek ik gemiddeld genomen prima in staat te zijn om vanuit een semi-objectieve hoek het subjectieve verhaal te schrijven over mijn leven vanaf 1989 tot aan plusminus 2000.
Vanaf het moment dat ik aankwam bij stukken van 1996 ging het me lastiger af om de nodige objectiviteit te bewaren. Hoofdstuk acht ging nog wel enigszins, maar bij hoofdstuk negen t/m elf, die ik een beetje door elkaar heen schreef, moest ik er gaandeweg ineens mee ophouden omdat het me te veel werd. Dat beschrijft namelijk een deel van mijn leven dat niet alleen chaotisch, verwarrend en bij vlagen extatisch was, maar vaak ook ronduit bizar. Die periode van ruim zeven maanden eindigde met een verplichte opname, vlak voor kerst 1996. Ik was toen 24 jaar oud. De eerste maanden zat ik in Den Dolder, maar ergens in maart ’97 verhuisde de hele afdeling naar Nieuwegein.
➖
In 2023 besloten mijn echtgenoot en ik om de twee locaties waar ik opgenomen ben geweest te gaan bezoeken. Ik was daar sindsdien nooit meer geweest, ruim zevenentwintig jaar niet. De voornaamste reden voor die bezoekjes was dat ik dacht daarmee herinneringen op te kunnen halen voor mijn boek, dat ik in de loop der tijd ‘mijn verhaal’ ben gaan noemen. Dat die bezoeken heel wat bij me los zouden maken, had ik van tevoren niet bedacht/verwacht. Van ieder bezoek heb ik een verslag gemaakt.
Verslag bezoek Den Dolder
Op zondag 14 mei 2023 (Moederdag) gingen we naar Den Dolder. Het adres van de eerste maanden van mijn opname van een half jaar was bekend, maar onbekend was of er nu iets gaande was daar, of er mensen zouden zijn of niet. Het leek leeg te staan, zo was te zien op de laatste twee streetview foto’s die we vonden. De hoop was dat we dan foto’s zouden kunnen maken door de ramen heen.
Daar aangekomen zetten we onze mountainbikes tegen het muurtje waar in de tijd van mijn opname de huiskamer zat. Ik zag door het raam dat er spullen stonden in de ruimte, het leek bewoond te zijn. Tegelijk kwam er iemand naar de deur toe. Het was een student, die daar bleek te wonen in wat inmiddels een antikraakpand was. Na een korte uitleg over de reden van ons bezoek mochten we naar binnen om overal te kijken en foto’s te maken. De student was bijzonder gastvrij. Hij liet er zelfs zijn net gebakken eitje voor staan, waar ik nog iets over zei. Maar dat maakte niet uit, zei hij.

Al had hij de helft van de afdeling waar ik heb gezeten tot zijn beschikking, hij gebruikte zelf voornamelijk de huiskamer aan die kant. Hij vertelde dat er acht mensen woonden in het hele gebouw. Ieder van hen woonde in een bepaald deel van het gebouw. Tijdens mijn opname daar in ’96/’97 waren er twee afdelingen, aan elke kant van het gebouw één, met ieder twee kanten die van elkaar gescheiden waren.
Tussen de twee afdelingen (gewone en forensische psychatrie) zaten de drie separeercellen en wat algemene ruimtes die door beide afdelingen werden gebruikt, zoals de recreatieruimte en de vergader/overleg ruimtes. Van dat middenstuk werd geen gebruik gemaakt door de antikraak bewoners. Ze hadden al meer dan genoeg leefruimte, want het was een aardig groot gebouw. Ieder van hen had één grote ruimte (de vier voormalige huiskamers en vier zeer grote keukens) en meerdere kleine kamers (de voormalige patiëntenkamers)tot zijn/haar beschikking.
Mijn indrukken:
Alles leek kleiner dan vroeger. De gangen leken ook smaller dan in mijn herinneringen. Dat was deels omdat er meerdere muren bij zijn geplaatst in de decennia erna. Bijvoorbeeld bij de huiskamer(s). Daar wil ik later nog naar kijken met behulp van de foto van de ontruimingsplattegrond die daar hing. Maar de gangen zijn in mijn herinnering breder en langer, dat gegeven blijft.


nu studentenkamer
De kamers waren klein. Veel kleiner dan hoe ik dat in ’96/’97 heb ervaren. Op de foto’s die we gemaakt hebben lijken ze overigens groter dan ze in werkelijkheid zijn. Wat ‘mijn’ kamer was, voelde echt heel klein aan. De deur zat aan de rechterkant, ik dacht initieel links. Ik ben wel een keer naar een andere kamer gezet, vandaar de verwarring over in welke kamer(s) ik heb gezeten. De kamer van de foto hierboven is één van de twee kamers waar ik in heb gezeten.
Maar het was zo’n zelfde kamer er direct naast waar ik met oud en nieuw verbleef toen mijn lamp (een plastic poplamp die ik al sinds m’n tiende had) begon te smelten en bijna in de brand vloog. En dat terwijl de rest van de afdeling gezellig tv zat te kijken. Mijn bed stond daar langs/onder het raam. De kledingkast stond links langs de muur. Het ‘hok’ van de verpleging zat in het midden van de twee delen van de afdeling en leek nu juist groter, zo zonder al het meubilair. De badkamer met het bad was wel precies zoals ik het me herinner.

gezien vanaf het hok van de verpleging.
Links is de deur naar de separeren te zien.
Rechts daar, net niet op de foto te zien, hing de (betaal)telefoon voor de patiënten.

van de afdeling. Deze grensde aan het deel
van de separeren, links ervan. Op de afdelingen zelf waren er ook badkamers, maar alleen met douche.
De separeer waar ik in heb gezeten: dat houten bed was ik vergeten, maar toen ik het zag wist ik het gelijk weer. Het ding zat (en zit nog steeds) vastgenageld aan de grond. Daarin zat destijds een soort gymmat. Die mat heb ik eruit gehaald en ergens anders neergelegd. Maar pas na enige tijd. Er staat me iets bij van smetvrees over dat hele bed met mat en dat ik er zo ver mogelijk vandaan op de grond zat, tegen de muur. Ook staat me (nu) bij dat die randen hard waren als je erop zat/lag, omdat de mat te dun was voor het bed. En dat het hele ding veel te kort voor mij was, met mijn lengte van één meter tachtig.
De hele wand aan de kant van het bed was een krijtbord, waar ik me op een dag helemaal op heb uitgeleefd, nadat ik krijtjes had gekregen. Jammer dat ik daar geen foto van heb. De losse deur op de foto hoort er niet bij, die is daar blijkbaar een keer als opslag neergezet. De separeer leek overigens veel groter dan de gewone kamers, maar als ik naar de plattegrond kijk valt dat eigenlijk reuze mee. Dat is waarschijnlijk omdat er in de separeer verder niets stond dan dat bed en een emmer (ja, u hoort het goed) die als toilet diende. Gelukkig met een deksel, maar alsnog geen aanrader.




Ik liep naar het raam in de separeer en dacht eerst dat die, toen ik er zat, niet was afgeplakt met raamfolie, maar later dacht ik dat dat toch altijd al zo was geweest. Ik kon er overheen kijken naar de kamers van medepatiënten die aan ‘de andere kant’ van onze afdeling zaten. Ertussen zat een gaashekwerk.
Ik heb ook een keer in één van de andere separeren gezeten, toen het heel slecht met me ging. Daar was geen bed en geen krijtmuur, er was helemaal niets, zelfs geen emmer. Ik weet nog hoe ik me toen voelde: boos, verraden en opstandig.
Mijn gevoelens tijdens/na dit bezoek:
- Ongeloof (hier was het)
- Angst/verwarring (in flashbacks)
- Bevestiging (hier was het)
- Herinneringen
- Verdriet/gecrasht (een paar dagen na alle bezoeken)
➖
We hebben die dag ook nog geprobeerd het gebouw van een eerdere opname van twee weken (in augustus 1992) te vinden. Daar zaten de zogenoemde Erasmus afdelingen. Maar we verdwaalden zo’n beetje op het enorme terrein en mijn geheugen liet me daardoor nogal in de steek. We hebben nog wel foto’s gemaakt van andere opname-afdelingen, van buitenaf. Zie de foto’s hieronder van gebouw Korenveld, waarvan ik trouwens geen idee heb welke doelgroep daar vroeger was gehuisvest. Daarna hebben we nog even door het prachtige bos eromheen gefietst en ook nog een stukje van de mountainbikeroute daar meegepakt.


Misschien gaan we nog een keer terug om dat andere gebouw te zoeken en foto’s te maken. Ook met betrekking tot die opname heb ik namelijk veel herinneringen, ook al was die maar heel kort. Wat me het meest is bijgebleven van die twee weken is vooral de goede/leuke therapieën, allemaal gegeven door dezelfde geweldige vrouw. Zij was de rust zelve en voor mij een baken in de chaos. En sommige van de medepatiënten daar vergeet ik ook nooit meer. Over deze opname heb ik al veel geschreven, deze komt voor in hoofdstuk drie van mijn autobiografie.
Voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van het terrein in Den Dolder, hierbij de Wikipedia-pagina. Elders online is er nog meer over te vinden.

Verslag bezoek RPC (Regionaal Psychiatrisch Centrum) Nieuwegein
Het eerste bezoek aan RPC was op 11 mei ’23. Een paar dagen vóór ons bezoek aan Den Dolder dus, maar omdat ik chronologisch eerst in Den Dolder heb gezeten noem ik die als eerste.
Bij RPC waren we in de tientallen jaren ervoor al vaker geweest, maar toen was het hele achterste deel nog in gebruik als opname-afdeling. Nu gingen we erheen om foto’s te maken, zo veel als mogelijk. Het poliklinische deel werd op dat moment nog steeds gebruikt. In het andere deel zaten nu vluchtelingen. Dit vernamen we via een online gevonden artikel. In juni 2023 zouden die allemaal het pand verlaten, aldus het artikel. Want het hele pand van RPC zou binnen afzienbare tijd gesloopt worden (en dat is inmiddels, 2025, ook gebeurd).


Ook in Nieuwegein waren er twee afdelingen, beide ‘gewone’ psychiatrie. Er was een afdeling voor volwassenen, met een gesloten en een open deel. De andere was voor jongeren tot 23 jaar, ook daar een gesloten en een open deel. Bij de ‘open afdelingen’ had je veel bewegingsvrijheid en kon je in principe (in overleg) gaan en staan waar je wilde. Bij de gesloten delen logischerwijs niet. Meestal kwam iemand bij aanvang op een gesloten afdeling. Die was ook voor de crisisopnames. Gaandeweg kon je meer vrijheden krijgen en/of naar de open kant van je afdeling verhuizen. Op het laatst, de laatste weken van mijn opname, zat ik op de open afdeling. Dat was in juni ’97.
➖
Het bezoek
Eerst bezochten we het poliklinische gedeelte, waar ook de receptie en het secretariaat zaten. Daarna gingen we naar de achterkant, waar alles potdicht afgesloten was. We konden wel vrij rondlopen aan de buitenkant bij de separeren, waarvoor we om het hele gebouw heen naar de achterkant zijn gegaan. Aankloppen of iets dergelijks was iets wat we niet als optie zagen, vanwege de verwachte taalbarrière, plus dat we daar de rust niet wilden verstoren. Er was trouwens weinig te merken van dat daar mensen in de kamers aanwezig waren, zo rustig was het er. Maar de vele fietsen die er stonden waren bewijs van dat er inderdaad mensen woonden.
De separeren: sommige waren leeg, sommige afgeplakt met raamfolie, andere werden gebruikt als opslagruimte zo te zien. Ik heb in twee van de zes separeren gezeten in die tijd. Bij allebei stroom ik over van de herinneringen, die ik nog uit moet werken voor in m’n verhaal.
Bij het zien van ‘mijn’ separeer, de ene waar ik twee weken aaneen 24/7 in heb gezeten: ik dacht al die tijd dat ik in de achterkant op de hoek had gezeten, maar bij het kijken bleek dat dat eentje ernaast was geweest.
Het zien van die separeer deed me meer dan ik had verwacht. Naderhand thuis had ik heel veel verdriet door de herinneringen aan die tijd. Vooral één emotioneel bezoek van mijn moeder die me in die separeer bezocht toen ik er al een week in zat kwam levendig naar boven. Ik vroeg toen huilend aan haar waarom ik daar moest zitten en ze zei dat dat voor dat moment beter voor mij was. Ook voor haar was dit een moeilijk moment. Onopzettelijk heb ik m’n ouders heel veel verdriet bezorgd, maar dat heb ik dat later (vanaf 2000) gelukkig weer goed kunnen maken.
Ook andere bezoeken van mijn ouders staan me levendig bij en allerlei herinneringen aan alles daar eigenlijk. Het ritme, de medicatie, de maaltijden, de medepatiënten en de rotmomenten. Maar ook de leuke en onverwachte gebeurtenissen en een paar hele lieve verpleegkundigen. Ik heb daar in relatief korte tijd heel veel meegemaakt, genoeg om één of zelfs twee hoofdstukken aan te wijden in m’n verhaal.
We wilden nog een keer teruggaan om meer foto’s van de separeren te maken. O.a. van de intercoms, de knoppen, de deuren etc., indien mogelijk. Op vrijdag 2 juni 2023 was dat tweede bezoek, waarvan hieronder een paar foto’s:





Samenvattend
Beide bezoeken riepen dezelfde emoties op. Onder andere de onmacht van toen, om opgesloten te zitten, maar ook diverse gevoelens met betrekking tot de contacten met de medepatiënten en veel verhalen over mijn tijd op beide plekken. Andere emoties die ik kreeg waren vooral verdriet en onbegrip over de aanpak destijds. Hoewel ik nu wel begrijp dat ‘prikkelarm’ een belangrijke beweegreden was voor de behandeling, snapte ik daar destijds niets van.
In mijn boek/verhaal ga ik dit allemaal nog nader onderzoeken en verder uitwerken. Maar op dit moment heb ik al een tijdje een wel hele lange pauze genomen van dat alles en ben ik vooral bezig met m’n website en de diverse andere verhalen en gedichten die hier te vinden zijn. Niet alles daarvan is even luchtig, maar ik merk wel dat ik nu nog steeds niet verder kan met m’n autobiografie omdat die de kroon spant qua emotionele heftigheid. Wanneer dat dan wel weer kan, is voor mijzelf ook nog de vraag. Misschien wel nooit, ik zie wel. Ik plaats soms wel verhalen en/of fragmenten van diverse hoofdstukken op m’n website. Zie hiervoor de categorie ‘Autobiografisch’.
En nu ik zo bezig ben met deze post valt me op hoe enorm relativerend dat voor mij is: mijn persoonlijke ‘problemen’ van nu vallen in het niet vergeleken met de uitdagingen en beproevingen die ik in de jaren ’90 heb gehad.

in de centrale hal bij binnenkomst RPC,
officiële ingang
(kant poliklinisch, waar ook het secretariaat zat)