
Ik sterf duizend doden
Eén voor iedere pijn
Veelal door venijn
Zoals die zomers
waren, zo zorgeloos en
blij, immer voorbij
Koffie pruttelt al
Duizend-en-een plannetjes
‘Thuis’, tikt het klokje
Languit op z’n rug
Buikje in het zonnetje
Een luizenleven…
Geld, geld, geld. Wij zijn
welgesteld! Ziet u ons wel??
– Doodvermoeiend spel –
Waar je ook maar kijkt
is men alsmaar afgeleid
door kleine schermpjes
Zo’n kwetsbaar leven
Volhardend de tijd doorstaan
Alsnog bezweken
Achter een bankje
verscholen, onopgemerkt
praalt de witte bloem
Zolang binnen nog
veilig voelt kunnen we de
chaos buiten aan
Nonchalant wiegen
de boomtoppen voeren me
gedachteloos mee
Is er ook een denkbaar
Universum waar
de mensheid niet heeft gefaald?