
Soms tussen waken en slapen,
vlak nadat ik nog lag te gapen,
heb ik zomaar speciale belevingen
of bijzondere ingevingen.
Over dingen uit het verleden,
legendes of meer in het heden.
Over helden en schavuiten
waarover niets valt uit te sluiten,
maar waar wel veel op is aan te merken.
Zo was er al eens een gedachte
over Jezus en Mozes
en ook eentje over Abraham
die blijkbaar zeven zonen had.
En het besef dat de Bijbel
zo mysterieus lijkt
omdat een deel ervan
zich herhalend
en een deel ervan
profetisch is.
En over hoe het kwam
dat de Romeinen vielen
en hoe het leven in Atlantis was
en waarom het daar uiteindelijk
helemaal mis ging.
Maar de laatste van die zaken,
die me ineens erg raakte,
heeft te maken met twee feesten
die we vandaag de dag nog vieren.
Eentje ervan
gaat over een exceptionele man,
maar die andere
kan er ook wat van.
Allebei bewerkstelligden ze
een heel groot feest
waarbij kadootjes
worden uitgewisseld.
En beide feesten
zouden nooit hebben bestaan
als die ene goedheilige
bisschop Sint-Nicolaas
er niet was geweest.