
Tegen het einde van de zomervakantie in 1991 was ik op een middag
smoorverliefd geworden op een dakloze straatmuzikant.
Ik ben toen ’s morgens heel vroeg stiekem het huis uitgeslopen
(had de halve nacht zitten dubben of ik zou gaan)
en heb twee weken met hem op straat doorgebracht.
Hieronder wat er gebeurde nadat ik weer thuis was.
➖
Het verloren schaap was weer thuis… Ik was behoorlijk in de war en na veel gepraat, vooral van mijn ouders, werd er bepaald dat ik gehersenspoeld was.
‘En wat heb je in godsnaam toch voor armoedige broek aan?’ vroeg mijn moeder. Ja, dat had ze goed gezien. Ik was weggegaan in m’n Gapstar US Second van tweehonderd gulden, maar kwam thuis in zijn rode, katoenen broek van de kringloop. Dat m’n dure AIWA auto-reverse walkman in een onoplettend moment in de Utrechtse gracht was gevallen vertelde ik nog maar even niet…
‘En waar is je fiets?’ Slik. Dat ik die uit noodzaak voor vijfentwintig gulden en een kilo druiven had verkocht aan een student, vertelde ik ook nog maar even niet. Maar dat ik afstand had gedaan van twee van mijn geliefde items, m’n fiets en m’n favoriete spijkerbroek, was voor hen toch wel de ultieme bevestiging van de indoctrinatie, want dat zou ik in hun ogen nooit vrijwillig doen. Ik heb het daar toen bij gelaten, uitleg geven over wat ik had beleefd leek me zinloos. Dat excessieve, daar waren m’n ouders te nuchter voor. Bovendien kon ik het zelf nog niet goed plaatsen. Er zou vast later wel een keer een goed moment met meer inzicht en de nodige verklaringen komen.
In het begin vond ik het heel erg dat ik hem na die twee weken zo harteloos in de steek had gelaten. Maar tegelijk wist ik dat ik zo’n leven als dakloze niet wilde. Ik probeerde de dingen op een rijtje te krijgen. Ik wilde weer terug naar m’n gewone leventje, dat mijlenver afstond van de vrijheid op straat. En ook al was ik achteraf de weg kwijt door die uitzinnige twee weken, de overweldigende vrijheid die ik had beleefd was een spectaculaire gewaarwording geweest. Het had mijn eerdere gevoelens in die richting compleet gemaakt: alsof m’n ziel was ontwaakt en ik de ware essentie van het bestaan had ontdekt.
Meteen na deze unieke ervaring moest ik weer naar school, eindexamen dat jaar. Het nieuwe, vrije gevoel stroomde nog door me heen en maakte dat ik barstte van de energie. De eerste één à twee maanden was ik enthousiast en buiten zinnen. Ik pakte alles aan en dacht dat ik de hele wereld aankon. Na schooltijd ging ik op school werken, lokalen schoonmaken, en deed dat fluitend. Ik raakte geïnspireerd door de lessen bij KGL, waar dat jaar de meer bijzondere kanten van de menselijke levensbeschouwing aan bod kwamen, zoals helderziendheid en telepathie. En als je in 6 vwo zat mocht je na schooltijd lessen Hebreeuws volgen bij KGL, daar ging ik voor!
Ook zinde ik op een mogelijke studie die ik wilde gaan doen na m’n eindexamen, overtuigd als ik was dat dat allemaal goed zou gaan. Godsdienst en Levensbeschouwing stond hoog op mijn lijstje, maar ook de totaal andere studie International Business is langsgekomen als optie. The sky was the limit!
Ik riep zelfs een keer naar m’n docent Nederlands dat ik een boek ging schrijven, waarop hij me uitdagend aankeek en vroeg waar dat boek dan over zou gaan. Sjah, dat wist ik nog niet. Maar dat boek zou er komen, dat was een feit! Dat het eerst nog geleefd moest worden, wist ik toen niet.
Rik was uiteraard op de hoogte van wat er in mij omging. Een keer, we waren op weg naar school, stopte ik met fietsen. Ik ging op de stoep zitten en probeerde over te brengen in welke staat ik me bevond; het buitensporige, extatische gevoel, waarbij niets ertoe deed, alleen vrij zijn:
‘Kijk,’ zei ik, ‘ik zit hier nu en ik móet niks.’
Verbazing op zijn gezicht…
‘Ik hoef ook niet meer naar school, want ik ben VRIJ!’
Ik sprong op en hief theatraal m’n armen ten hemel.
‘En dat geldt ook voor jou, ook jij bent vrij!’
Door zo te hameren op het woord ‘vrij’, dacht ik alles duidelijk te kunnen maken, maar hij leek het niet te vatten. Waarom snapte hij het nou niet, wat ik bedoelde? In plaats daarvan keek hij me steeds moeilijker aan en werd een beetje ongeduldig. Hij vond het te extreem, zei hij, en hij was er zelfs ongerust over.
Dat zette mij ook aan het denken: was dit abnormaal? Hij stelde voor hierover bij een expert te rade te gaan. Dat was onze docent KGL, vonden wij. Een wat oudere man met veel inzicht in spirituele zaken. Ja, we hadden er alle vertrouwen in dat hij iets zinnigs kon zeggen over mijn ervaringen.
Bezorgd stonden we na schooltijd bij hem in het lokaal…
Ik stak maar meteen van wal, ervan uitgaand dat hij het vanzelf zou begrijpen. Rik liet tussendoor nog even weten hoe verontrust hij was, omdat hij het geen normaal gevoel vond. De docent hoorde zo ons uitgebreide verslag aan over wat ik had meegemaakt en welke gevoelens ik ervoer en dacht even na. Lang had hij daar echter niet voor nodig. Al na een paar seconden concludeerde hij dat het niets was om je zorgen over te maken en dat het fantástisch was dat ik zoiets had ervaren. Zelfs ook nog dat ik heel blij moest zijn dat ik zoiets had mogen ervaren, omdat de meeste mensen dat in hun hele leven nooit zouden kennen… Die reactie hadden we niet aan zien komen en we waren allebei verbaasd. Rik’s verbazing bestond uit teleurstelling, maar ik was juist content met die open blik. Dat was voor mij een bevestiging dat mijn gevoelens helemaal niet vreemd waren. Tenminste, niet voor iedereen…
Maar het buitenissige gevoel hield helaas geen stand. Beetje bij beetje werd ik weer teruggevoerd naar de normale realiteit. Een realiteit die geenszins was veranderd en waar het eindexamen ineens heel zwaar op me begon te drukken. Het vrije gevoel begon op een droom te lijken die langzaam vervaagde. Wat ik had ervaren, had dat echt bestaan? Ook al was het gevoel niet vast te houden, ik zag het als een teken van iets in mij dat openstond voor méér, iets dat op wilde staan en wilde leven! Maar voorlopig was daar geen sprake van…
In een behoorlijk snel tempo werd ik meer en meer paranoïde door de drukte op school. Alles kwam anders bij me binnen. Ik zag alles anders en bezag iedereen anders. Ik was van een stoere leerling, die in de pauzes altijd buiten stond bij de rokers, naar een onzeker wezentje gegaan. Ik merkte dat ik niet meer in het plaatje paste, het vaste patroon waarin iedereen z’n rolletje had. Mijn rol was veranderd, maar dat werd niet zomaar geaccepteerd. Rik zei dat ik aardiger was geworden. Voorheen was ik een beetje een pestkop geweest die alle gedachten die er in me opkwamen over anderen er zomaar uitflapte. En dat waren vaak niet de aardigste dingen. Maar nu was er een zachtere kant in mij naar boven gekomen. Doordat ik me zelf nu zo zwak voelde, had ik ineens ook door dat ik anderen misschien wel schade had berokkend met m’n arrogante houding. Dan kon dit evenwel mijn welverdiende loon zijn. Er bestonden immers niet voor niets uitdrukkingen als ‘Hoogmoed komt voor de val’ en ‘Boontje komt om z’n loontje’. Ja, dan was dit dus mijn straf, zat het zo in elkaar?
Vriendin Kiki liet me vallen als een baksteen. Dat had geen verrassing hoeven zijn, aangezien ze dit al vaker had geflikt, bij andere vriendinnen. Toch viel het zwaar op m’n dak dat ík het nu was die door haar aan de kant werd gezet. Ergens wel begrijpelijk hoor, het recht van de sterkste forceerde haar hier immers toe. Ze had een imago in stand te houden en wilde niet meer met mij geassocieerd worden. Ze presteerde het zelfs nog te zeggen dat ze teleurgesteld was in mij, want ‘ze had altijd zo tegen me opgekeken’. Oftewel: als je niet goed in je vel zit kan je opdonderen. Ik bleek ook nog eens gemakkelijk vervangbaar te zijn, want vanaf toen ging ze ineens veel om met Tralala, waar ze wél mee kon lachen. En als ik haar aansprak, negeerde ze me zelfs gewoon, alsof ik niet bestond.
Ook anderen pikten op dat ik niet op m’n best was en handelden daar moeiteloos naar. Het was alsof instinctief aangevoeld werd dat dat zwakke exemplaar vermeden moest worden. Mijn plek in de pikorde was zonder pardon veranderd, iedereen was genadeloos. Het contrast met voorheen was zo groot, dat ik ging twijfelen aan de echtheid ervan. Was het waarheid of een zinsbegoocheling? Maar als het een illusie was, was dan niet ieder gevoel van ieder individu en de reflectie ervan in de buitenwereld inbeelding en verkeerde dan niet iederéén in zijn of haar eigen waanvoorstelling?
Wat mij destijds op begon te vallen was hoe zeer de onderlinge onbewuste taal de boventoon voerde. Dat de mens niet tot méér in staat was en dat onbewuste gedrag niet kon overstijgen. Ineens zag ik dat heel duidelijk en die gewaarwording was niet alleen opmerkelijk maar ook verontrustend en zelfs beangstigend. Om die reden wilde ik eigenlijk ook niet meer naar school, daar kreeg ik geen rust en werd mijn angst alleen maar groter. Ik had tijd nodig. Tijd om alles op een rijtje te zetten.
En toen, bijna oud en nieuw, werd ik overgehaald om mee te gaan naar een nieuwjaarsfeestje. Het feestje dat alles op z’n kop zou zetten en uiteindelijk ook bepalend zou zijn voor het pad dat ik de rest van mijn leven zou bewandelen.
Noot: de namen in dit verhaal zijn gefingeerd.