
Ze was van nature nieuwsgierig.
Net zoals dat anderen bijvoorbeeld avontuurlijk waren, of creatief.
Bij Loes ging het om ‘weten’.
Ze wilde echt alles weten en doorgronden.
Op een mooie ochtend, het lentezonnetje scheen en de temperatuur was aangenaam, ging ze een eindje lopen.
Het bos was niet ver bij huis vandaan en zoals altijd trok die kant haar het meest.
Ze nam de vaste route, die van de begane paden.
Dat pad liep kriskras door het bos en eindigde uiteindelijk weer aan dezelfde kant, maar dan vijfhonderd meter noordelijker.
Het was doorgaans een wandeling van anderhalf uur,
als je tenminste een beetje stevig de pas erin hield.
Maar vandaag liep ze maar wat te slenteren. Na een half uur was ze pas bij de driesprong, terwijl ze daar meestal al na twintig minuten was.
Volgens de vaste route zou ze nu het pad naar links moeten nemen,
zodat ze weer op tijd thuis zou zijn voor de lunch.
Maar iets in haar voelde die dag dat ze eens een andere weg wilde nemen.
Het pad rechtdoor leidde naar een dorpje en was lang, te lang.
Maar van het pad naar rechts wist ze eigenlijk niet zo veel.
Wel dat daar ook een aantal zijpaden waren, waarvan ze er zeker twee nog nooit had bewandeld. Nieuwsgierig als ze was, dacht ze vandaag:
ik ga één van die onbekende paden nemen.
Het was immers nog vroeg, vroeger dan normaal,
en ze was ervan overtuigd dat ze evenwel op tijd terug zou kunnen zijn.
Zo gedacht, zo gedaan.
Het eerste zijpad van de weg naar rechts naderde al snel.
Ze wist dat die naar een oud vakantiehuisje liep. Soms waren daar mensen aanwezig, maar meestal niet. Maar dat was saai en ze liep weer door.
Na een kilometer naderde het ene zandpad dat schuin naar rechts liep.
Daarbij voelde ze voorheen altijd iets onheilspellends. Ze kon er nooit echt de vinger op leggen, maar ze liep er altijd snel voorbij.
Alleen vandaag niet.
Nee, vandaag voelde het pad ineens anders aan. Alsof daar iets was, iets onbekends… Haar weetgierigheid werd daar natuurlijk door getriggerd en die was vaak sterker dan zij zelf was. Het kon geen kwaad om het pad een stukje te doorlopen, dacht ze. Nee, wat maakte het uit, want verdwalen kon eigenlijk niet in dit stuk bos, dat zo ongeveer vijf bij acht kilometer groot was.
Bovendien had ze zich voorgenomen een onbekend pad te nemen en dit was de uitgelezen kans daarvoor…
Het pad werd na een kwartiertje kronkelend. Ze werd er zelfs een beetje duizelig van. Maar dat was maar een kort stuk en gelukkig liep het volgende stuk van de route zo te zien een stuk rechter. Maar na driehonderd meter was er ineens een bijna niet te zien zijpaadje naar rechts. Het leek een beetje op een mountainbiketrail waar al tijden geen gebruik van werd gemaakt:
het was overgroeid en nauwelijks meer waar te nemen.
Weer werd ze erg nieuwsgierig. Wat zou er daar zijn, waar ze nog nooit was geweest? Ze voelde een soort heldhaftigheid in zich opkomen
en liep kordaat het onopvallende weggetje in.

Al snel bleek dat dat een hele goede keuze was geweest, want wauw,
wat waren er daar mooie bomen, planten en bloemen te zien.
Echt, ze keer haar ogen uit.
Ze stuitte op een klein veldje roze en witte sleutelbloemen
en besloot daar vlak naast even een korte pauze te nemen.
Terwijl ze tegen een boom aan zat uit te rusten, ging haar blik zo langs alles wat ze om zich heen zag. Een eindje verderop leek ze een groep paddenstoelen te zien en wederom werd ze enorm benieuwd. Het bleek een heksenkring te zijn van een soort dat haar bekend voorkwam. O ja, de nevelzwam, dat was het.
De kring was redelijk klein, maar wel duidelijk een kring.
Haar gedachten dwaalden even af naar een gerecht dat haar moeder ooit eens had gemaakt met die zwam erin. Moeder had ze zelf geplukt en heel lang gekookt, want die konden niet rauw gegeten worden. Maar Loes vond de smaak niet zo lekker. Nou ja, de smaak wel, want die was lekker zoet,
maar de textuur was zo melig.
Ze stond zo even te kijken naar de kring, wat was dat toch mooi om te zien. Verderop in haar ooghoek zag ze ineens iets opvallends. Het was niet duidelijk te zien, maar viel toch op. Toen ze wat beter keek zag ze het ineens:
het was een deur.
Huh, waarom stond er een deur zo midden in het bos?
De deur was van licht hout en ze kon eromheen lopen.
‘Die leidt dus nergens heen’, dacht ze hardop.
Maar wat nou als ze hem zou openmaken, wat dan?
De deurklink was rond en ze gaf er een draai naar links aan. Met wat gepiep opende de deur en ze deed ‘m nog wat verder open.
Wat ze daar aan de andere kant zag was gewoon het bos, alsof het inderdaad een vreemde, loze deur was die nergens heen ging.
Voor de grap liep ze erdoorheen en weer terug. Ze sprong van de ene naar de andere kant en werd er een beetje jolig van en zong bij elk sprongetje:
‘Doe een stapje naar voren en een stapje terug.’
Uiteindelijk was ze het zat en besloot weer verder te gaan,
want de tijd ging door en het werd zo wel erg laat.
Ze liep terug, of tenminste, dat dacht ze.
Maar onverwachts zag ze ineens geen enkel herkenningspunt meer.
Was ze dan toch verdwaald geraakt?
Even werd ze overmand door een gevoel van paniek. Ze moest naar huis, want anders zou haar moeder ongerust worden! Rustig blijven, dacht ze tegelijk.
Angst was tenslotte een slechte raadgever.
Ze ademde een paar keer diep in en uit en besloot naar links te lopen om daar te kijken of ze iets herkenbaars tegen zou komen.
Zo liep ze al een paar minuten tussen de bomen en struiken door,
toen ze een huis zag.
Gelukkig, dacht ze, daar kan ik mooi even de weg vragen. Mits er iemand woonde dan. Het was een soort blokhut, maar best wel groot. Het zag er goed onderhouden uit, geen bouwval ofzo. Voorzichtig liep ze naar de voordeur en klopte aan…
Geen reactie. Ze klopte nog een keer, maar nu drie keer hard.
Dat hielp, want er deed iemand de deur open.
Het was een jongeman die er vriendelijk uitzag.
Loes deed haar verhaal en vroeg waar ze nou toch was beland en of de man haar de goede weg naar huis kon aanwijzen.
Maar ze moest ook nodig naar de wc en vroeg meteen maar of dat misschien even kon. Wat was die man vriendelijk zeg,
ze mocht even naar binnen en daar waren er nog twee jongemannen.
Nadat ze van het toilet gebruik had gemaakt vertelden de drie dat ze broers waren en dat dit hun vakantiehuis was. Daar gingen ze gedrieën heen als ze hun drukke levens even helemaal zat waren en een weekje uit wilden rusten.
Ze raakten nog verder aan de praat, onder andere over hoe het kwam dat Loes zo was verdwaald. Ja, dat was haar nieuwsgierigheid geweest, had ze gezegd.
Maar dat kon ook tot hele mooie dingen leiden, vonden de broers.
Dat moest Loes inderdaad beamen.
Maar plots dacht ze: O nee, ik moet naar huis, het wordt anders echt te laat en ze wilde het gesprek zo snel mogelijk beëindigen. Maar dat was nog niet makkelijk, want de broers waren nogal lang van stof. Op een zeker moment keken ze elkaar lachend aan en kwamen met een voorstel. Ze mocht weg, zodra ze de twee raadsels had opgelost. Huh, de twee raadsels, dacht ze, wat is dit nou weer?
Maar toch vond ze het ook wel interessant en een leuk spelletje…
Ja, toch won haar nieuwsgierigheid weer…
Bij elk raadsel kreeg ze drie kansen om het te raden en
na twee foute antwoorden kreeg ze een hint, zeiden ze.
Haha, dit is leuk, dacht Loes.

Het eerste raadsel kwam van de broer die de deur open had gedaan en luidde:
‘Ik zit hoog en droog en kan elke wind weerstaan,
maar als het gaat regenen los ik op in het niets.’
Nou, dat was echt te makkelijk, dacht ze, want wat lost er op als het nat wordt? Suiker natuurlijk. ‘Suiker!’ riep ze dan ook enthousiast.
Ja, maar suiker in welke vorm, dat moest specifieker, zeiden de broers.
‘Eeeh, een suikerspin?’ vroeg ze aarzelend. Want die zou blijven plakken, dus die kon best prima boven in een boom beland zijn, toch?
Maar nee, dat was het niet.
De tweede gok: ‘Een zuurstok dan??’
Want die kon aan een tak blijven haken… Maar nee, dat was het ook niet.
Nu werd het wel moeilijk, want ze had nog maar één kans en ze moest ook nog het tweede raadsel oplossen en ze dacht steeds meer dat ze haast had want haar moeder zat tenslotte misschien al te wachten met de lunch…
Maar zoals beloofd kreeg ze nu ook een hint:
‘Het is bontgekleurd en vormt een geschakelde groep’,
zei één van de andere broers.
Nou, dit was echt te makkelijk hoor, want welk snoep vormde een schakel en was bontgekleurd? Ja, een snoepketting natuurlijk!
En ja, dat was inderdaad het goede antwoord en Loes was opgelucht en wilde zo snel mogelijk verder met het tweede raadsel, want ze wilde dan wel naar huis maar dit was ook heel leuk. Het moest alleen een beetje sneller!
‘Oké, we zullen nu snel het tweede raadsel geven dan’, zei de derde broer.
‘Het is een mens dat alles wil weten, ten koste van alles.’
Huh, zo simpel als dat klonk. Maar hoe heette zo’n mens, of was het een specifiek mens, een BN’er ofzo? Maar een hint kreeg ze nog niet, dus ze moest het daar mee doen, blijkbaar. Zo snel als ze kon begon ze na te denken… Wie wil alles weten en het maakt niet uit hoe en wat de gevolgen daarvan zijn? De koning misschien, omdat hij dan veel gezichtspunten kende, zodat hij weloverwogen beslissingen kon nemen? ‘De koning!’ riep ze uit.
Maar nee, dat was niet het goede antwoord.
Eeeh, ze ging nog verder nadenken. Het kon net zo goed een politicus zijn.
Maar o nee, toch niet, want de politici van tegenwoordig waren nogal star en wilden alleen maar hun eigen gezichtspunt kennen.
Maar wie zou het dan nog meer kunnen zijn? De paus misschien dan?
Ja, de paus moest wel veel weten,
want die was tenslotte de religieuze leider van een hele grote groep mensen.
Was die het dan?
‘De paus’, zei ze daarom hoopvol. Maar nee, die was het ook niet.
Uiteindelijk durfde ze geen antwoord meer te geven totdat ze het zeker wist.
Ze bleef maar denken… Wie wil in godsnaam alles weten ten koste van alles??
De broers zagen wel dat dit blijkbaar niet zo’n makkelijk raadsel was voor Loes,
dus ze besloten haar de hint te geven:
‘Ze kijkt niet vaak genoeg in de spiegel,
want alles wat ze wil weten vindt ze belangrijker dan zichzelf.’
Huh, het was dus een vrouw of een meisje? Ja, want ze zeiden ‘ze’.
Ze sloot haar ogen even terwijl ze verder nadacht. In die paar seconden zag ze in een flits een driekoppige demoon, best wel eng om te zien.
Maar ze kreeg daar zo’n bekend gevoel bij… Hoe kwam dat toch?
Het leek alsof ze het antwoord al lang wist, want dat driehoofdige monster was ze al vaker tegenkomen, maar dan in haar dromen.

Ineens begreep ze het…
Ze kende het antwoord al lang, haha, waarom kwam ze er niet eerder op:
‘Dat ben ik zelf!’ riep ze keihard. ‘Want ik wil altijd alles weten en ook bijna ten koste van alles.’ Ja, dat was tenslotte ook de reden waarom ze nu verdwaald was.
‘Dat is het juiste antwoord!’ riepen de broers in koor. ‘Want jij wilt inderdaad alles weten, maar niet ten koste van alles hoor’, zei één van de drie. ‘Dat hebben we erbij verzonnen om het wat moeilijker te maken. Als je het wel tegen elke prijs zou willen, dan was het nu al veel slechter met je gegaan. Maar jij luistert juist heel goed naar wat wel en niet veilig en leuk is om te weten,
dus dat doe je eigenlijk heel goed.’
Loes was opgelucht dat ze het goede antwoord had gegeven.
Maar nu wilde ze snel naar huis!
Het bleek dat ze aan de verkeerde kant van de deur verder was gelopen,
dus ze moest terug naar die deur om weer terug haar eigen realiteit in te stappen.
Twee van de drie broers liepen met haar mee naar de deur, die ze zelf heel goed kenden. Daar namen ze afscheid, terwijl Loes weer veilig terugkeerde en de weg naar huis heel gemakkelijk weer vond. Ze was zelfs nog op tijd voor de lunch.
Haar moeder vroeg: ‘Heb je lekker gewandeld, Loes?’
Ze knikte instemmend en zei lachend: ‘En ook leerzaam deze keer.’