When suffering is unbearable, bliss is very near – Osho

‘Vaarwel, wrede wereld’
Hij was zo zeker van z’n zaak. Zekerder dan hij ooit ergens anders over was geweest. Zijn woorden galmden door de tijd en voorbij de ruimte. Ze echoden door alles heen wat hij te weten was gekomen in de jaren die voorbij waren gegaan. Alles waar hij ooit alleen maar over had kunnen dromen en wat hem zomaar ineens in z’n schoot was geworpen. Hoewel, zomaar…
‘Vaarwel, wrede wereld’
Had hij dat net echt gezegd? Maar waarom? Waarom nu?
Er waren zo veel momenten geweest waarop die woorden veel toepasselijker zouden zijn geweest dan nu. Momenten van wanhoop, momenten van diep verdriet, een tijd van lijden zo afgrijselijk, dat wenste je zelfs je grootste vijand niet toe. En niemand die het begreep, werkelijk niemand die het echt begreep. Niemand die het kón begrijpen.
Maar waarom eigenlijk niet?
Waarom was hij de enige die zo immens diep was gegaan in zijn lijden?
Was de wereld daar niet toe in staat?
Waren mensen zo afgestompt?
Hoe moest hij dat begrijpen? Ik bedoel, echt begrijpen. Doorgronden. Van binnen en van buiten, tot in de diepste kernen. Dieper dan…
STOP!
Hij wist het antwoord wel, diep van binnen kende hij alle antwoorden, op alle vragen. Dat was nou eenmaal de bijkomstigheid. Zo veel leed… Het leed van de hele wereld; mensen, dieren, natuur. Te veel leed… Eindeloos veel lijden. En er kwam steeds meer bij. Het werd allemaal steeds gruwelijker. En er was niets wat hij kon doen. Lijdzaam toezien, dat was het enige. Ieder stukje leed ging door merg en been, maar er was niet aan te ontsnappen. Hij moest en zou dat allemaal voelen.
Waarom hij? Waarom nu?
Had het niet net zo goed iemand anders kunnen zijn?
Wat had hij gedaan, dat hij dit alles zo moest voelen? Dat hij al het leed van de wereld moest ervaren?
Maar zo was het. Dit was zijn werkelijkheid. Zijn realiteit.
Als hij erover nadacht kwam hij wel ‘ns ergens toe. Hij wist immers als geen ander wat hij door had gemaakt en hoezeer hij in ieder van die gevoelens was verdronken. Was dat de key? Overal voluit ingaan. Elke emotie, al het leed, iedere traan en elke vorm van wanhoop voelen tot in het uiterste puntje van waar het zich bevond. En dan nog net wat dieper. Dieper dan diep. Onvoorstelbaar diep. Maar wel mogelijk.
Maar wel zijn realiteit.
…
➖
‘Vaarwel, wrede wereld!’
Hij schreeuwde het nu uit. Kon niemand hem horen? Was hij dan helemaal alleen, daar? Daar waar geen ander mens ooit was geweest. Tenminste, niet zover hij wist.
Er moet toch iets of iemand zijn die dit ook kent? Ja, iemand die eenzelfde soort pad had bewandeld en met dezelfde overgave alle gevoelens had gevoeld? Waar was die, of waar waren die? Al gestorven? Ergens verborgen? Ronddolend in de ruimte, misschien wel hier vlakbij?
Was er een plek voor mensen zoals hij? Ergens, waarvan hij nog niet wist?
Maar waarom kwamen ze hem dan niet halen, die gelijkgestemden? Ze voelden dan toch zeker ook ZIJN lijden. Hoe wreed zou het zijn, als ze hem aan zijn lot over zouden laten. De enigen die hem echt begrepen, die hem echt KONDEN begrijpen. Bestonden die wel of niet op deze aarde?
WANHOOP!
De twijfel sloeg weer toe. Wilde hij echt gaan? Okay, de wereld was wreed, maar moest hij daarom maar sterven? Maar wat anders? Hoe kon hij leven met al dat leed? En niemand anders waarvan hij wist dat er…
Opeens voelde hij zich zó alleen. Meer alleen dan ooit. En dat was nogal wat, want hij had zelfs het zich alleen voelen tot een kunst verheven. Allener dan alleen. Kon dat nog wel? Hoe alleen is alleen? Kan het altijd nog net iets allener? Is er een alleenst of is er ook nog een allener dan alleenst, een alleralleenst?
Hij zuchtte diep. Nadenken had geen zin. Hij had alles immers al gedacht. Hij dacht echt dat hij alles wat er te denken was al had gedacht. Alles met enige diepgang dan.
Maar kon dat eigenlijk wel?
Misschien moest hij een hele andere richting op gaan. Maar dat zou haast wel moeten betekenen dat hij dingen moest vergeten. Sommige emoties gingen echt niet samen met andere. Maar hoe doe je dat, dingen vergeten?

‘Vaarwel, wrede wereld’
De woorden bleven in zijn hoofd ronddreunen. Nee, besloot hij wederom. Er was geen ontsnappingsmogelijkheid. Hij kon gewoonweg geen gevoelens vergeten. Alles zat in hem gegrift, alsof het letterlijk met een mes in hem was gekrast. En als die wonden heelden, bleef de herinnering. Zie je: DE HERINNERING.
Wat te doen?
Hij zocht de stilte. Daar waar geen gedachten meer waren.
Soms lukte dat wonderwel en voelde hij zich vredig en vrij. Maar het was niet vol te houden, dat alsmaar niets. Dat was niet menselijk…
Menselijk… Was hij een mens dan? Wat betekent ‘mens zijn’?
Is het het lijden, maakt dat je een mens?
Is het onwetend zijn en blijven? Voorkomt dat het lijden? Maar ben je dan wel een mens? Een écht mens?
Dan liever toch dit. Alles of niets.
Hij zou er nog een nachtje over slapen. Zo noemde men dat toch? Een nachtje slapen en dan, de volgende morgen… Blijkbaar was die ochtend dan verhelderend? Of moest het in de nacht zijn, tijdens het slapen? Zat de verduidelijking daar?
Morgen, dan weet ik het!
Dat hielp. Voor nu dan. Morgen is weer een dag. Sjah, het was niet zomaar iets wat hij van plan was. Dat doe je niet zomaar even zonder reden. Dat gaat niet over één nacht ijs, toch?
Hij zou het morgen weten. Dat was de belofte die hij met zichzelf maakte.
En dan nu de nacht. Hoogstwaarschijnlijk zijn laatste nacht.
Die slapend doorbrengen was het beste wat hij kon bedenken.
➖
Dit verhaal is ook te vinden op Lezenswaardig!