
Analyses
Het woord ‘manie’ werd voor het eerst in het Oude Griekenland gebruikt en betekende van oorsprong ‘waanzin’ of ‘gekte’. Het had niet alleen een negatieve betekenis, maar bestond uit de twee kanten van ‘bezetenheid’, zoals die in die tijd werden geduid: ziekelijke waanzin en goddelijke waanzin. Pas later, vanaf de negentiende eeuw, werd manie de psychiatrische term die nu nog steeds wordt gebruikt bij mensen die een periode van buitensporig opgewekte stemming doormaken. Die noemer is niet alleen voorbehouden als kenmerk van stoornissen zoals bipolariteit maar komt ook voor bij sommige persoonlijkheidsstoornissen, onder andere bij borderline en narcisme.
Manie verwijst in zijn algemeenheid naar een obsessieve of extreme drang. Er zijn de bekende varianten zoals kleptomanie, pyromanie en nymfomanie, maar er is ook een heel scala aan onbekendere dwangmatige handelingen of gedragingen in de wereld van de manieën. Vandaag duik ik in die wereld en ga ik op zoek naar zonderlinge, zeldzame en opvallende manieën.
Sommige woorden die op ‘manie’ eindigen vallen niet in de categorie die ik hier ga bekijken. Dat zijn woorden als cladomanie (heksenbezem), decalcomanie (iets met gekleurde afbeeldingen) en sinistromanie (linkshandigheid) die niets met obsessie of dwang te maken hebben.
Er zijn manieën die ons vreemd in de oren klinken, simpelweg omdat we die woorden niet dagelijks gebruiken. Patriomanie (chauvinisme) bijvoorbeeld en de veel gebezigde maar minder vaak benoemde manieën criticomanie (de onbedwingbare neiging om te bekritiseren), oniomanie (koopziekte) en monomanie (fixatie op één zaak).
Er zijn ook manieën waarvan het woord al verraadt wat de kern van de zaak behelst. Melomanie is daar een goed voorbeeld van. Daarin zien we duidelijk een afgeleide van het woord ‘melodie’, hetgeen suggereert dat het iets met muziek te maken heeft. Ook het woord mythomanie wekt voor mij al enige suggestie en gaat inderdaad over de ziekelijke neiging tot fantaseren en toxicomanie (ook wel: narcomanie) en gastromanie zijn daar ook twee goede voorbeelden van.
Dan nu een aantal van de meer in het oog springende manieën die ik wat uitgebreider heb opgezocht:
- Scribomanie: al kreeg ik bij dit woord wel meteen een associatie (met schrijven natuurlijk), ik had er nog nooit van gehoord. Dit woord kwam geregeld voor in de literatuur aan het eind van de 18e eeuw en was een aanduiding voor schrijvers die (volgens anderen) zonder remmingen weinig literair schreven. In de moderne taal wordt hiervoor het woord graphomanie gebruikt omdat dit taalkundig zuiverder Grieks is. Ik zie het als schrijven om het schrijven en minder om de waarde of inhoud van de tekst, hoewel ik daarbij wel denk dat dit van de persoonlijke voorkeur van de lezer afhangt.
- Statuomanie: hierin zag ik gelijk het Engelse woord ‘statue’ en daar draait het ook om bij deze manie. Ik vond dit een bijzonder typische dwang die ik graag nader wilde onderzoeken. Dit fenomeen draait om de explosie aan gedenktekens, met name in West-Europa, tussen ongeveer 1870 en 1900. Er werden in die tijd vooral in België en Frankrijk nogal veel standbeelden geplaatst in de openbare ruimte om ‘grote mannen’ te vereren en politieke ideologieën te verspreiden. Een historische rage die door lang niet iedereen werd gewaardeerd en van daaruit ontstond dus het woord statuomanie.
- Aritmomanie: in dit woord dacht ik onmiskenbaar iets over ‘ritme’ te bespeuren. Het draait echter niet om dans of iets in die richting, maar om ‘tellen‘ en komt van het Griekse arithmos (getal). Ik denk dat hier vele gradaties in te vinden zijn, van af en toe iets tellen tot aan de echte ’teltics’. Zo betrap ik mezelf er ook weleens op dat ik tel tijdens het groente snijden of onder het fietsen, vooral als ik het daar even zwaar mee heb. Aritmomanie wordt ook wel ‘rekenzucht’ genoemd en in de ergste gevallen zal het volgens degene die telt ongeluk brengen als het tellen onzorgvuldig gebeurt of als de reeks bijvoorbeeld eindigt met een ‘verkeerd’ getal. We spreken dan van een OCD (Obsessieve-Compulsieve Stoornis).
- Oestromanie: bij dit woord had ik in eerste instantie echt geen idee wat het zou kunnen zijn, totdat ik bedacht dat ‘oestrogeen’ er misschien wat mee te maken had. Oestrogeen is afgeleid van het Griekse oistros (drift) en gen (voortbrengen) en staat dus letterlijk voor ‘voortbrenger van drift’. We kunnen dan wel raden wat oestromanie inhoudt… Zoveel als onbeheersbare drift, niet te verwarren met ‘oversekst‘, hetgeen meer een gedragsprobleem is dan een issue met biologische oorzaak.
- Micromanie: dit vond ik een interessant woord, want het gaat duidelijk over iets kleins, maar in welke zin? Ik dacht eerst aan iets in de wereld van de insecten of iets met bacteriën of chemie. Maar nee, het is de tegenhanger van het woord megalomanie (ook wel: macromanie) en betekent dus ‘je klein of onopvallend voelen’, ook wel ‘kleinheidswaanzin‘ genoemd. Het wordt meestal niet gezien als iets dat op zichzelf staat, maar als een symptoom van andere aandoeningen, zoals een depressie of psychose. Verbazingwekkend hierbij vond ik dat ook je letterlijk klein voelen (de lichamelijke beleving) eronder valt. Dat is voor mijn gevoel weer iets heel anders, hoewel de twee ervaringen natuurlijk ook gelijktijdig op zouden kunnen treden.
- Nostomanie: mocht je heel toevallig weten wat het Oudgriekse woord ‘nostos’ betekent, dan is dit een inkoppertje. Ik had geen idee, dus dat werd opzoeken. Nostos staat voor ’terugkeer’, specifieker ‘terugkeer naar het vaderland‘. Als we dit combineren met het woord manie betekent het een ziekelijke vorm van heimwee naar dat vaderland. Sjah, als je het eenmaal weet is het een makkie…
- Choreomanie: hierover staat er al een gedicht op deze site, maar ik vind ‘m zo apart en zelfs een beetje onwerkelijk dat ik ‘m hier ook nog even wilde noemen. Het moge duidelijk zijn dat het Engelse woord ‘chorus‘ (muziek) hiermee te maken heeft. Het stamt af van het Griekse woord chorea (dans) en samen met ‘manie’ krijgen we dan de betekenis ‘danswaanzin‘.
- Potomanie: ook hier geldt, als je weet waar de ‘poto’ vandaan komt is het logisch. ‘Poto’ komt van het Latijnse potare (drinken) of ook wel van het Griekse potos (actie van drinken, drank). Het is dan ook de onbedwingbare drang om dronken te worden. Dit vond ik wel een leuke als afsluiter, vooral voor de mensen die een gesprek willen starten in de kroeg ofzo. ‘Ja, ik lijdt aan potomanie’, waarop gevraagd wordt: ‘Goh, is dat ernstig?’ Over het antwoord daarop zijn de meningen verdeeld…
Wat me opviel in het rijtje hierboven was dat er ook manieën zijn die voor een groep gelden, zoals de statuomanie en choreomanie. Verder verrastte het me dat de meeste woorden waar de manieën van zijn afgeleid uit het Oude Griekenland stammen. Dat wekt de suggestie dat daar nogal extreem werd geleefd, aangezien er de noodzaak was om de diverse soorten dwang te duiden met nieuwe woorden. In werkelijkheid hangt het samen met het feit dat in deze periode artsen en vroege psychiaters psychische aandoeningen in kaart begonnen te brengen. Destijds was het de standaard om voor nieuwe wetenschappelijke termen Grieks of Latijn te gebruiken, omdat dit een term autoriteit gaf en ervoor zorgde dat artsen uit verschillende landen elkaar begrepen. En ik zou nog willen zeggen: verdiep je ook eens in de wereld van de MANIE, want er zijn er nog veel meer!